Trekkingsrechten Vorming

Uitvoering van de CAO van 09/03/2021 betreffende het trekkingsrecht inzake opleiding voor de periode 2021-2022.

Belangrijke informatie met betrekking tot de vorming van uitzendkrachten onder contract !

De CAO van 9 maart 2021 betreffende de vorming en de tewerkstelling van uitzendkrachten voorziet in een nieuwe referentieperiode voor de jaren 2021 en 2022 voor de toekenning van "trekkingsrechten".

In het addendum bij dezelfde CAO van 9 maart 2021 staat dat de sociale partners alle middelen voor de vorming wensen te centraliseren in het vormingsfonds TRAVI.

De referentieperiode 2021-2022 is daarom een overgangsperiode van het beheer van de trekkingsrechten vanuit het Sociaal Fonds voor de Uitzendkrachten naar TRAVI.

Tijdens deze overgangsperiode is het belangrijk dat uw onderneming de "papieren" dossiers blijft voorbereiden zoals in het verleden, maar ze ook opneemt in een bestand type CSV of Excel met alle informatie zodat ze klaar zijn om te worden geüpload naar het platform dat binnenkort door TRAVI ter beschikking zal worden gesteld.

Zodra de volgende stappen bekend zijn, zullen zij worden bekendgemaakt op de websites van TRAVI en het Sociaal Fonds voor de Uitzendkrachten; wij raden u aan deze regelmatig te consulteren.

Omschrijving van de vormingsinspanning

Ten gunste van wie?

Werkgevers kunnen vormingsinspanningen leveren ten gunste van alle uitzendkrachten.

Welke vorming ?

De uitzendkantoren hebben hierbij verschillende mogelijkheden.

Ofwel wordt de uitzendkracht opgeleid ‘on the job’ (V1), d.i. bij de gebruiker, ofwel richt het uitzendkantoor zelf een vorming in (V2). Een derde type bestaat er in dat de werkgever de uitzendkracht een externe vorming laat volgen bij een opleidingscentrum (V3).

Telkens zal een bewijs moeten geleverd moeten worden van de (inhoud van de) vorming.

Wanneer dient de vorming gevolgd te worden ?

De uitzendkracht dient de vorming te genieten tijdens de arbeidsuren, wat maakt dat hij/zij tijdens de vorming verbonden is door een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid.
De werkgever dient het loon voor de uren/dagen vorming te betalen.
De vorming kan op elk moment van de opdracht genoten worden.

Plafonds

Elk uitzendkantoor mag een recuperatie van de kost van zijn vormingsinspanningen aanvragen tot het bedrag van zijn betaalde 0,40%-bijdrage op de loonmassa 2021 en 2022.

Er moet rekening gehouden worden met het bedrag van bijna € 2.000.000  per jaar voor de financiering  van collectieve initiatieven dat zal afgetrokken worden van het bedrag van de bijdragen.

Dit betekent dat, rekening houdend met het procentuele aandeel van het uitzendkantoor in de globale loonmassa, een gedeelte van het bedrag van de bijdragen bestemd zal zijn voor de financiering van deze € 2.000.0000.

De terugbetalingen worden maar verricht in de mate dat de bijdrage effectief aan het Fonds werd betaald.

Bedrag van de teruggave

Uitgaande van de verschillende mogelijkheden die een uitzendwerkgever heeft om vorming aan te bieden, kan de kost van zijn vormingsinspanningen bestaan uit:

  • het loon van de uitzendkracht tijdens de vorming
  • de inrichtingskost van een door het uitzendkantoor georganiseerde vorming
  • de  kostprijs van een externe cursus bij een vormingsinstelling.

Een werkgever kan zijn kost als volgt recupereren, m.n.:

  • het uurloon, geplafonneerd tot € 11,55 bruto/uur x 1.5, met een maximum van € 139/dag
  • de kostprijs (op basis van factuurgegevens) van een externe cursus, ten belope van maximum € 226/dag

De maximale teruggave per vorming en per uitzendkracht kan nooit méér belopen dan € 2100.

Uiteraard dient de reële kost van de vorming gestaafd te worden door bewijsdocumenten (loonstrook van de betrokken uitzendkracht en factuur van de vormingsinstelling met daarop de naam van de uitzendkracht).

Cumulatieverbod

De recuperatie van de kost van de vorming kan niet gecumuleerd worden - voor dezelfde vorming en dezelfde uitzendkracht - met de tewerkstellingspremie ten gunste van de risicogroepen (0,1%-bijdrage).

Inhoud van een aanvraagdossier tot recuperatie

Het dossier, waarbij een uitzendkantoor de recuperatie van zijn vormingsinspanningen aanvraagt, dient bewijsdocumenten te bevatten met betrekking tot de geboden vorming én met betrekking tot de kost van deze vorming voor het uitzendkantoor.
 

Een bewijs van de vormingsinspanning.

Rekening houdend met de mogelijkheden waarover een uitzendkantoor beschikt om vorming te bieden aan de uitzendkrachten, kunnen drie bewijsstukken aan het Sociaal Fonds voor de Uitzendkrachten overgemaakt worden:

  • a. Vorming bij de gebruiker.

    Het uitzendkantoor vult een document V 1 in, waarin, naast de vermelding van de gegevens van het uitzendkantoor, de uitzendkracht en de gebruiker, een beschrijving wordt gegeven van de gevolgde opleiding. Deze beschrijving dient minstens te bevatten: de inhoud/het programma van de vorming, de plaats waar de vorming doorging, het aantal uren aan de vorming besteed en het resultaat van de vorming.

    Dit formulier wordt ondertekend door het uitzendkantoor en de uitzendkracht. Een copie de loonfiche van de uitzendkracht wordt aan het document toegevoegd.
     
  • b. Vorming ingericht door het uitzendkantoor.

    Het uitzendkantoor vult een document V 2 in, waarin, naast de vermelding van de gegevens van het uitzendkantoor en de uitzendkracht, een beschrijving wordt gegeven van de gevolgde vorming.Deze beschrijving dient minstens te bevatten : de inhoud/het programma van de vorming, de naam (namen) van de lesgever(s), de plaats waar de vorming doorging, het aantal uren aan de vorming besteed en het resultaat van de vorming.

    Dit document wordt ondertekend door het uitzendkantoor en de uitzendkracht. Een copie van de loonfiche van de uitzendkracht wordt aan het document toegevoegd.
     
  • c. Externe vorming door een vormingsinstelling.

    Het uitzendkantoor vult een document V 3 in, waaraan een door de instelling verstrekt inschrijvingsbewijs van de betrokken uitzendkracht(en) voor de gevolgde vorming, een copie van de loonfiche en van de factuur van de vormingsinstelling worden toegevoegd.
     

Een bewijs van de kostprijs van de vormingsinspanning.

In samenhang met punt c dient de uitzendwerkgever het bewijs te leveren van de werkelijke kostprijs van zijn vormingsinspanning.

De kosten die voor teruggave in aanmerking komen, zijn het (geplafoneerd) loon aan de uitzendkracht betaald tijdens de vorming en de kostprijs van een externe vorming.
    
Deze kosten worden bewezen door een copie van de loonstrook door het uitzendkantoor aan de uitzendkracht overhandigd en een copie van de factuur van de vormingsinstelling aan het uitzendkantoor. Deze documenten moeten aan het dossier worden toegevoegd.

Uiterste datum voor het indienen van de aanvraagdossiers

Alle dossiers moeten ingediend worden vóór 30 juni 2023. De dossiers kunnen enkel betrekking hebben op vormingsinspanningen gedaan in de periode gaande van januari 2021 tot en met december 2022.

Het Sociaal Fonds voor de Uitzendkrachten zal enkel volledige dossiers onderzoeken en behoudt zich het recht voor om rechtstreeks contact op te nemen met de uitzendkrachten/gebruikers met het oog op het bekomen van bijkomende uitleg over de vorming.

Belangrijke opmerkingen

Het Sociaal Fonds wordt jaarlijks doorgelicht door een extern auditkantoor. Van elk ingediend vormingsdossier wordt aan het Sociaal Fonds een spoor gevraagd om te verifiëren dat uitzendkantoren die vormingsinspanningen hebben geleverd daadwerkelijk trekkingsrechten hebben ontvangen.  Voor de vormingsinspanningen van uw uitzendkrachten leveren een factuur en een loonfiche bewijskracht. De occasionele vermelding van “vorming” op loonfiche maakt de bewijskracht onweerlegbaar en geniet daarom de voorkeur.  Het Sociaal Fonds vraagt voor elke uitzendkracht naast de facturen (die u voor uw boekhouding dient te bewaren), ook de loonfiches, die de genoten opleiding zo goed mogelijk staven, één jaar te bewaren omdat ze door het auditkantoor of het Sociaal Fonds kunnen worden opgevraagd  in kader van de vermelde controle.